Hoeveel Vlaamse jongeren gebruiken illegale drugs?

Onder jongeren in het secundair onderwijs was cannabis het meest gebruikte illegale middel. Tijdens het schooljaar 2015-2016 zei 14,6% van de jongeren tussen 12 en 18 dat ze ooit cannabis hebben gebruikt. Vergeleken met tien jaar eerder is dat een aanzienlijke daling (toen was dit 21,3%). 11% van de leerlingen gebruikte het jaar voor de bevraging cannabis. 2,6% deed dat regelmatig (wekelijks tot dagelijks). Vanaf de leeftijd van 15-16 jaar nam het cannabisgebruik gevoelig toe. Meer jongens dan meisjes gebruikten ooit en het laatste jaar cannabis. 3,5% van de leerlingen had ooit andere illegale drugs dan cannabis gebruikt. Bij de oudste leerlingen (17 en 18 jaar) gebruikte 2,4% in de maand voor de bevraging een andere illegale drug dan cannabis. Xtc is de meest frequent voorkomende drug: 5,5% van alle 17-18-jarigen heeft ooit xtc gebruikt.

40% van de studenten in het hoger onderwijs in Vlaanderen gaf in een bevra­ging in 2013 aan dat ze ooit cannabis gebruikt hebben. 22% had in het voorbije jaar cannabis gebruikt. 21% van de laatstejaarsgebruikers gebruikte minstens een keer per week, dus regelmatig cannabis tijdens het academiejaar. 5% ge­bruikte dagelijks cannabis. Bij studenten in het hoger onderwijs in Vlaanderen blijft het gebruik van amfetamines, xtc en cocaïne in 2013 beperkt tot een klein deel van de studentenbevolking: 3% had in het voorbije jaar xtc gebruikt, 2% amfetamines en 2% cocaïne.

Cannabis is ook de populairste illegale drug in het uitgaansleven. 57% van de uitgaanders in Vlaanderen zei in 2015 dat ze ooit cannabis heb­ben gebruikt. 33% gebruikte het voorbije jaar cannabis. Van de laatstejaars­gebruikers van cannabis gebruikte 15,4% een of meerdere keren per maand en een meerderheid occasioneel (18%) en 7,6 wekelijks of meerdere keren per week. 10,1% gebruikte dagelijks cannabis. Bij uitgaanders komt het gebruik van andere illegale middelen dan cannabis vaker voor dan bij studenten of bij de algemene bevolking. 21,7% gebruikte het voorbije jaar xtc, voor cocaïne was dat 12,3%. Het speedgebruik ligt lager (8,5%).

Hoeveel Vlamingen gebruiken illegale drugs?

In 2013 zei 14% van de Vlaamse bevolking tussen 15 en 64 jaar dat ze ooit experimenteerden met cannabis (17% mannen, 11% vrouwen). 3,5% van de Vlamingen gebruikte in de twaalf maanden voor de enquête cannabis, 2% in de dertig dagen ervoor. 0,4% van de Vlamingen gebruikte het afgelopen jaar cocaïne, 0,3% opiaten en 0,4% xtc of amfetamines.

Hoeveel Europeanen gebruiken illegale drugs?

In Europa heeft 25% van de 15-64-jarigen ooit cannabis gebruikt. 7% ge­bruikte het laatste jaar cannabis. Geschat wordt dat 1% van alle Europese volwassenen dagelijks cannabis gebruikt.

Na cannabis is cocaïne in Europa de meest gebruikte illegale drug. 5% van de Europeanen in de leeftijdsgroep 15-64 jaar heeft minstens één keer in zijn leven cocaïne gebruikt. 1% gebruikte het laatste jaar cocaïne. Het cocaïnegebruik blijt in de meeste landen stabiel of neemt af.

Gemiddeld heeft 4% van de Europeanen van 15-64 jaar ooit amfetamines of xtc geprobeerd. Van de leeftijdsgroep 15-34 jaar gebruikte 1% de voorgaande twaalf maanden amfetamines, 1,8% xtc. De mate van gebruik verschilt sterk van land tot land.

Hoeveel mensen hebben een drugprobleem?

In 2011 had in Vlaanderen 2% van de 15-16-jarigen (3% jongens en 1,5% meisjes) een verhoogd risico op cannabisgerelateerde problemen. Onder studenten uit het hoger onderwijs in Vlaanderen had in 2013 22% van de laatstejaarsgebruikers van cannabis te kampen met één of meer uitingen van problematisch gebruik (bv. langer gebruiken dan men van plan was, langer dan een week -zonder succes- met cannabis willen stoppen, verplichtingen op het werk of voor de studie niet na kunnen komen door het gebruik van cannabis,…). Hoewel het gebruik van andere illegale drugs dan cannabis beperkt is bij hogeschoolstudenten, heeft 34% van die gebruikers een verhoogd risico op problemen door dit gebruik.

In Europa werd in 2013 het problematisch gebruik van opiaten zoals heroïne in de bevolking van 15 tot 64 jaar geschat op 0,4% of 1,3 miljoen personen. In het Verenigd Koninkrijk, Letland, Luxemburg en Malta wordt problematisch gebruik van opiaten het hoogst geschat. Voor België werd in 2014 geschat dat 3,4 op 1.000 (dus 0,34%) van de 15-64-jarigen ooit drugs had geïnjecteerd.

Hoeveel mensen zoeken hulp voor een drugprobleem?

Het grootste deel van de zorgperiodes in de CGG omwille van stoornissen gebonden aan illegale middelen zijn voor cannabis. Het percentage steeg van 56% naar 58% in de periode 2005-2015.

Bij opnames in algemene ziekenhuizen komt cannabisgebruik of -afhankelijkheid als hoofddiagnose in mindere mate voor. Tussen 2006 en 2014 deed zich wel een toename voor. Er zijn veel meer opnames waarbij cannabisgebruik of -afhankelijkheid als nevendiagnose wordt gesteld en dit percentage nam eveneens toe tussen 2006 en 2014.

Binnen de psychiatrische opnames in België nam in de periode 2003-2013 het aantal opnames voor cannabismisbruik met 29% toe en verdubbelde het aantal opnames voor cannabisafhankelijkheid.

In de gespecialiseerde centra voor drugverslaafden erkend door het RIZIV steeg tussen 2004 en 2014 het aandeel nieuwe behandelingen voor cannabis als voornaamste middel van 21% naar 37%.

Bij opnames in algemene ziekenhuizen waarbij als hoofddiagnose misbruik of afhankelijkheid van andere illegale middelen dan cannabis werd vastgesteld, gaat het vooral om opiaatafhankelijkheid. Het percentage opnames met opiaatafhankelijkheid als hoofddiagnose daalde echter tussen 2006 en 2014 van 36% naar 31%. De opnames voor de diagnose afhankelijkheid aan amfetamines of cocaïne lieten een stijging zien. In algemene ziekenhuizen kwamen meer opnames met een nevendiagnose dan met een hoofddiagnose misbruik of afhankelijkheid van andere illegale middelen dan cannabis voor. Afhankelijkheid en misbruik aan opiaten of cocaïne kwamen het meest voor als nevendiagnose.

Hetzelfde patroon stelde zich bij de psychiatrische opnames waarbij opiaatafhankelijkheid als hoofddiagnose ook het meest werd geregistreerd.

In de gespecialiseerde centra voor drugverslaafden steeg tussen 2004 en 2014 het aandeel van de behandelingen voor cocaïne, evenals voor amfetamine of xtc, bekeken op het totaal aantal behandelingen, met 3%. Voor opiaten nam het percentage behandelingen af van 46% naar 22% maar het aantal nieuwe behandelingen voor opiaten als voornaamste middel bleef nog steeds het hoogst (22%) (na cannabis).

Hoeveel mensen sterven aan een overdosis?

Deze vraag is moeilijk te beantwoorden, ook al wordt ze vaak gesteld. De meeste statistieken geven enkel een beeld van overlijdens die rechtstreeks door drugs worden veroorzaakt (overdosis, vergiftiging,...). Nochtans kunnen drugs ook onrechtstreeks een overlijden met zich meebrengen (verkeersongeval, ziekte, suïcide,...). Het is bovendien de vraag of alle overlijdens door overdosis ook gemeld worden.

In de periode 2004-2014 zijn in het Vlaams gewest 571 personen (454 mannen en 117 vrouwen) overleden als gevolg van het gebruik van illegale drugs.

Taakwijzer en tips

Met dit stappenplan lukt het beter!

Baken je onderwerp goed af. Twijfel je nog? Ga dan op zoek naar inspiratie. Kies voor de geknipte vorm die indruk maakt.

Jaarverslag 2017

Wil je meer weten over de 7.000 vragen die De DrugLijn in 2017 kreeg? Of over het gebruik van haar online aanbod? Krijgt De DrugLijn veel vragen van ouders? Wie maakt vooral gebruik van de chat? Gaan de vragen vooral over illegale drugs? Of ook over alcohol, gokken, gamen en medicatie?
Het jaarverslag vertelt je wie contact neemt en met welke vragen.