Voor alle vragen over drank,
drugs, pillen, gamen en gokken

Home » Info voor studenten » Cijfers en statistieken » Gokken: de cijfers

Gokken: de cijfers

Hoeveel Vlaamse jongeren gokken?

Ook al is gokken onder de 18 jaar wettelijk verboden, bijna vier op de 10 leerlingen (38,6%) in het secundair onderwijs gokte ooit voor geld. Loterijspelen worden het meest gespeeld en daarbij zijn krasloten het populairst: 26,2% kocht ooit een kraslot, 9% deed dat het afgelopen jaar. 15,8% speelde ooit met de lotto. Sportweddenschappen zijn de meest frequent beoefende gokvorm, al blijft het minstens 1 keer per week gokken op sportweddenschappen beperkt tot 1,1%. Dat blijkt uit onderzoek in het schooljaar 2023 – 2024.

Van de studenten in het hoger onderwijs in Vlaanderen bleek in 2025 dat 17,4% in het jaar voordien had gegokt voor geld. Krasbiljetten en loterijspelen zijn ook hier populair, al tellen sportweddenschappen het meeste regelmatige spelers (7,8% van de studenten neemt hier minstens één keer per week aan deel).

Hoeveel Belgen gokken?

In 2023 had 34% van de Vlamingen van 15 jaar en ouder minstens een keer een kans- en geldspel gespeeld in de afgelopen 12 maanden. 7,1% deed dat minstens wekelijks en 0,1% dagelijks. Meer mannen (38%) dan vrouwen (30%) speelden de afgelopen 12 maanden een kans- en geldspel. Het kwam vooral voor bij 45-54-jarigen.

Er werd hoofdzakelijk gespeeld op loterijspelen (32%). Sportweddenschappen (3%) en casinospelen (2%) waren veel minder in trek, poker (0,9%) en andere gokvormen (1,3%) nog minder.

In 2023 waren 1.801.950 spelersrekeningen geopend bij online casino’s en werd gemiddeld 6.839 euro per online spelersrekening ingezet. Daarnaast zijn er nog de spelersrekeningen op het online platform van de Nationale Loterij. In 2024 waren er daar 2.082.999 spelersrekeningen geopend.

Hoeveel Belgen hebben een gokprobleem?

Uit onderzoek bij de Belgische bevolking bleek dat in 2023 3% van de volwassenen een risico op gokafhankelijkheid liep, waarvan 0,6% een hoog risico. Jongvolwassenen (6%) en mannen (3%) liepen het meest risico.

In 2024 waren er bij de Kansspelcommissie 12.509 verzoeken tot vrijwillige uitsluiting. Dat waren er meer dan het jaar voordien. In totaal waren op 31 december 2024 56.458 vrijwillige uitsluitingen actief bij de Kansspelcommissie. 1.013 uitsluitingen waren op verzoek van een derde (partner, ouder of kinderen van de persoon die gokt).

Slechts een kleine fractie van wie problematisch gokt zoekt hulp. Uit de cijfers van de hulpverlening blijkt dat gokproblemen maar een beperkt deel uitmaken van de hulpvragen. In de Centra Geestelijke Gezondheidszorg van Vlaanderen en Brussel had 0,3% van de zorgperiodes in 2024 betrekking op een persoon waarbij de diagnose pathologisch gokken werd gesteld (158 zorgperiodes). Dit percentage bleef ten opzichte van 10 jaar eerder stabiel.