Hoeveel Vlaamse jongeren gokken?

Bij scholieren in het secundair onderwijs zijn krasloten de meest populair vorm van gokken: 31% kocht ooit een kraslot, 11% deed dat het afgelopen jaar. 18% speelde ooit met de lotto, 9% pokerde ooit voor geld en 12% speelde ooit bingo op café. Dat blijkt uit onderzoek in het schooljaar 2017-2018. De cijfers zijn opmerkelijk omdat krasloten en loterijen verboden zijn onder 18 jaar.

Hoeveel Belgen gokken?

In 2018 heeft 32% van de Vlamingen van 15 jaar en ouder minstens een keer een kans- en geldspel gespeeld in de afgelopen 12 maanden. 10% deed dat wekelijks en 0,1% dagelijks. Meer mannen (39%) dan vrouwen (24%) speelden de afgelopen 12 maanden een kans- en geldspel. Het kwam vooral voor bij 25-44-jarigen.

Er werd hoofdzakelijk gespeeld op loterijspelen (30%). Casinospelen en spelen op sportwedstrijden waren veel minder in trek (elk 3%) en poker en andere gokvormen nog minder (2%).

Eind 2017 waren 368.671 spelers actief op legale gokwebsites. Op het einde van 2018 telde de Nationale Loterij bijna 1 miljoen spelersrekeningen op haar online platform.

Hoeveel Belgen hebben een gokprobleem?

In België werd in 2006 het problematisch gokken onderzocht uitgaande van de DSM-IV-criteria. 1,6% van de Belgische bevolking van 16 jaar of ouder bleek risicogokker te zijn en 0,4% kon waarschijnlijk beschouwd worden als pathologisch gokker.

Uit onderzoek op de Belgische bevolking van 18 jaar en ouder bleek in 2016 dat in totaal 5,2% gokkers risicovolle (4,3%) of problematische (0,9%) gokkers zijn. Dat komt neer op 467.081 personen ( 386.240 risicovolle spelers en 80.841 problematische spelers).

In 2018 liep in Vlaanderen 0,9% van de bevolking een risico op gokverslaving, waarvan 0,3% een hoog risico. Dat kwam neer op 54.865 personen.

In 2018 vroegen 4.924 personen bij de Kansspelcommissie een vrijwillig toegangsverbod aan voor casino's en speelautomatenhallen. In totaal waren op 31 december 2018 32.468 vrijwillige uitsluitingen actief bij de Kansspelcommissie. 511 daarvan waren op verzoek van een derde (partner, ouder of kinderen van de gokker) opgesteld.

Slechts 14% van de probleemgokkers zoekt hulp. Ook uit de cijfers van de hulpverlening blijkt dat gokproblemen maar een beperkt deel uitmaken van de hulpvragen. In de Centra Geestelijke Gezondheidszorg van Vlaanderen en Brussel had 0,3% van de zorgperiodes in 2017 betrekking op een persoon waarbij de diagnose pathologisch gokken werd gesteld (201 zorgperiodes). Dit percentage bleef tussen 2005 en 2016 stabiel.

Taakwijzer en tips

Met dit stappenplan lukt het beter!

Baken je onderwerp goed af. Twijfel je nog? Ga dan op zoek naar inspiratie. Kies voor de geknipte vorm die indruk maakt.