Hoeveel Vlaamse jongeren gokken?

Bij scholieren in het secundair onderwijs zijn krasloten de meest populair vorm van gokken: 32% kocht ooit een kraslot, 12% deed dat het afgelopen jaar. 18,5% speelde ooit met de lotto, 12% pokerde ooit voor geld en 11% speelde ooit bingo op café. Dat blijkt uit onderzoek in het schooljaar 2014-2015. De cijfers zijn opmerkelijk omdat krasloten en loterijen verboden zijn onder 18 jaar.

Hoeveel Belgen gokken?

In België gebeurde in 2006 voor het laatst onderzoek naar het deelnemen aan kansspelen. Toen zei 60% van de Belgische bevolking van 16 jaar en ouder dat ze het afgelopen jaar aan een of meerdere traditionele kansspelen deelnamen. Dat komt neer op 5,1 miljoen personen.

Bekeken naar soort kansspel nam 46% deel aan loterijen, kocht 39% een kraslot en nam 12% deel aan TV-telefoonspelletjes. 3% nam deel aan weddenschappen en eveneens 3% speelde op gokautomaten. 1,5% had het afgelopen jaar betaald om deel te nemen aan een kansspel op internet. 2,5% nam het afgelopen jaar gratis deel aan kansspelen op internet.

Eind 2013 waren 442.869 spelers actief op 41 legale gokwebsites. Op het platform e-lotto.be bij de nationale loterij waren er eind 2013 bijna 362.000 rekeningen geopend.

Hoeveel Belgen hebben een gokprobleem?

In België werd in 2006 het problematisch gokken onderzocht uitgaande van de DSM-IV-criteria. 1,6% van de Belgische bevolking van 16 jaar of ouder bleek risicogokker te zijn en 0,4% kon waarschijnlijk beschouwd worden als pathologisch gokker. Dat betekent dat België in 2006 137.369 risicogokkers en 34.342 pathologische gokkers kende. In totaal telde België in 2006 dus 171.711 personen van 16 jaar of ouder waarbij gokken het afgelopen jaar in mindere of meerder mate problemen stelde.

In 2014 vroegen 4.141 personen bij de Kansspelcommissie een vrijwillig toegangsverbod aan voor casino's en speelautomatenhallen. In totaal waren op 31 december 2014 22.076 vrijwillige uitsluitingen actief bij de Kansspelcommissie. 42 daarvan waren op verzoek van een derde (partner, ouder of kinderen van de gokker) opgesteld.

Slechts 14% van de probleemgokkers zoekt hulp. Ook uit de cijfers van de hulpverlening blijkt dat gokproblemen maar een beperkt deel uitmaken van de hulpvragen. In de Centra Geestelijke Gezondheidszorg van Vlaanderen en Brussel had 0,3% van de zorgperiodes in 2013 betrekking op een persoon waarbij de diagnose pathologisch gokken werd gesteld (174 zorgperiodes). Dit percentage bleef tussen 2003 en 2013 stabiel.

Taakwijzer en tips

Met dit stappenplan lukt het beter!

Baken je onderwerp goed af. Twijfel je nog? Ga dan op zoek naar inspiratie. Kies voor de geknipte vorm die indruk maakt.

Zelfhulpboekje Gokken

Dit zelfhulpboekje begeleidt de speler in het stoppen met gokken of het onder controle houden van het gokgedrag. Het boekje is opgebouwd rond drie vragen. Moet ik mij zorgen maken over mijn speelgedrag? Wanneer gok ik en wat kost het mij? Hoe kan ik minderen of stoppen met gokken?