Lachgas (N2O, distikstofmonoxyde) was vroeger vooral bekend als narcosemiddel bij operaties. Het gas wordt ook in de voedingsindustrie gebruikt. Lachgas is een van vele vluchtige snuifmiddelen.

Lachgas wordt meestal gebruikt via gaspatronen voor slagroomspuiten. Zo'n patroon laat men leeglopen in een ballon en vervolgens wordt uit die ballon het gas ingeademd. Via de longen komt het gas snel in het bloed terecht en gaat het naar de hersenen.

Effecten

Net zoals bij andere vluchtige snuifmiddelen, ervaart men bij lachgas zo goed als onmiddellijk een euforische roes, dikwijls met lach- of giechelbuien. De roes duurt amper een paar minuten. Er kunnen coördinatiestoornissen en gaten in het kortetermijngeheugen ontstaan. Typisch voor lachgas zijn kleurrijke hallucinaties.

De euforische toestand duurt niet lang. De effecten zijn uiteraard afhankelijk van de dosis. Hoe groter de dosis, hoe krachtiger de effecten.

Risico's

Lachgas inhaleren heeft dezelfde risico's als het gebruik van andere vluchtige snuifmiddelen, bijvoorbeeld irritatie van ogen, neus, keel, luchtwegen en de huid, braakneigingen, misselijkheid, bewustzijnsverlies, coma en zelfs de dood. Lachgas is licht ontvlambaar en kan brandwonden veroorzaken bij gebruik. Wanneer het geïnhaleerd wordt uit een spuitbus onder druk, kan de huid bevroren raken.

Het dronken gevoel bij het inademen van lachgas wordt veroorzaakt door een zuurstofgebrek in de hersenen, wat kan zorgen voor coördinatiestoornissen en dus ook voor valpartijen en verwondingen.

Op langere termijn is lachgas gevaarlijk voor mensen met een vitamine B12-tekort. Langdurig gebruik van lachgas kan ook leiden tot onvruchtbaarheid, impotentie en beschadiging van het zenuwstelsel.

Vermits lachgas vooral gebruikt wordt door jongeren, mag niet over het hoofd gezien worden dat het lichaam van een jongere kwetsbaarder is dan dat van een volwassene.

Volgens onderzoekers is lachgas weinig verslavend.

Drank, drugs of pillen op het werk? Goed gek

Affiche die sensibiliseert over de risico's van middelengebruik op het werk.