Lachgas is in oorsprong een stof met medische toepassingen. In ziekenhuizen wordt het nog steeds gebruikt bij kleine ingrepen, bijvoorbeeld om kinderen in slaap te brengen. Dat maakt meteen duidelijk dat het een verdovende stof is. Pijn vermindert en spieren ontspannen. Afhankelijk van de dosis zorgt het voor een roes die vergelijkbaar is met dronkenschap door alcohol.
Alcohol is op zijn beurt ook een verdovende stof. In een kleinere hoeveelheid zorgt de verdoving voor minder remmingen, wat tot overmoedig gedrag kan leiden. De verdoving maakt dat je zelfcontrole afneemt. Wanneer lachgas dan als roesmiddel op feestjes aangeboden wordt, kan minder zelfcontrole de drempel verlagen om tegelijkertijd ook lachgas te gebruiken.
Alcohol versterkt de verdovende werking die lachgas op zich al heeft. Dat maakt de risico’s groter. Beide combineren kan er bovendien voor zorgen dat iemand minder voelt van de werking van lachgas. Daardoor kan die persoon geneigd zijn extra lachgas te gaan bijgebruiken. Zo neemt de kans dat het fout loopt verder toe.