Alcohol is een verdovende stof. Dat klinkt misschien raar: veel mensen gedragen zich na een glas net veel losser, enthousiaster en socialer.

Toch heeft ook dat te maken met die verdovende werking. Alcohol verdooft namelijk eerst de delen in je hersenen die je gedrag en gevoelens onder controle houden. Het doet nog andere dingen met je lichaam:

  • Je kan je minder goed concentreren.
  • Je reageert trager.
  • Je hoort en ziet minder scherp.
  • Je evenwicht kan verstoord raken.

Alcohol maakt dat je jezelf gaat overschatten of zelfs overmoedig wordt. Dat kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Niet alleen in het verkeer, maar bijvoorbeeld ook door een val of ongeluk in huis. De effecten van alcohol zijn er al vanaf één of twee glazen. Dus ook als je je (nog) niet dronken voelt.

Het effect van de leeftijd

Niet alleen hoeveel je drinkt, maar ook je leeftijd bepaalt hoe je op alcohol reageert. Zo drinken tieners beter geen alcohol, omdat hun hersenen nog in volle ontwikkeling zijn. Maar ook als je ouder wordt, kan je minder goed tegen alcohol. Je lichaam bevat dan minder vocht, terwijl je lichaamsvet toeneemt. Daardoor verandert de manier waarop je lichaam alcohol opneemt. Tegelijkertijd breken je nieren en lever de alcohol minder goed af dan vroeger. Je lichamelijke weerstand neemt ook af.

Door dat alles raak je bij eenzelfde hoeveelheid alcohol sneller dronken. Je lichaam heeft ook meer tijd nodig om de alcohol af te breken, waardoor de effecten langer duren. Tot slot heb je na het drinken meer tijd nodig om te recupereren.

Maar hoeveel mag je dan nog drinken?

Meer lezen over alcohol

Ouder worden en alcohol

Niet zozeer jongeren, maar vijftigers en zestigers zijn de stevigste drinkers. Samen met de leeftijd, neemt ook de impact van alcohol op je lichaam toe. Deze folder beantwoordt enkele veel gestelde vragen over alcohol en je gezondheid.