Elias zit altijd zwijgend aan tafel en heeft geen interesse om samen met het gezin iets te ondernemen. Het enige wat hij doet, is werken, met vrienden rondhangen die ook gebruiken en slapen. Bovendien is hij heel gesloten en zal hij niet gauw vertellen wat hem bezighoudt. Ik ben er zeker van dat hij zich niet goed in z’n vel voelt, maar kan niet tot hem doordringen.
Mijn ouders zijn op de hoogte van zijn gebruik. Maar als mijn vader iets zegt over zijn gedrag, draait het al snel uit op ruzie. Samenleven met hem is dan ook niet altijd gemakkelijk.
Ik wil proberen hem te helpen, maar ben tegelijk ook kwaad op hem. Vooral omdat hij de sfeer thuis zo verpest. Voor mijn moeder ben ik vaak een luisterend oor, misschien omdat ik de oudste ben. Nadien lig ik zelf wakker van de doemscenario’s die ze schetst. Soms heb ik het gevoel dat ik tussen twee vuren zit.
Het ergste vind ik het eigenlijk nog voor mijn zusje. Ze is veertien en krijgt dit allemaal van dichtbij mee. Dat kan toch niet goed voor haar zijn?”


