2. Maak ruimte voor de gevoelens van je kleinkind
Als je kleinkind met vragen zit en uitleg vraagt, wil dat zeggen dat het zich zorgen maakt. Informatie kan helpen, maar maak ook voldoende tijd en ruimte om te praten over hoe hij of zij zich voelt. Misschien stelt je kleinkind geen vragen, maar merk je aan het gedrag of voel je aan je grootouderhart dat het met gevoelens worstelt en daar geen weg mee weet. Spreek je kleinkind dan zelf aan.
Stelt hij of zij een vraag aan jou, praat dan zeker over zijn of haar gevoelens. Vraag of je kleinkind soms stress ervaart, bang is of angst heeft, zich misschien schaamt, boos of ontgoocheld is, misschien zelfs woedend of met schuldgevoelens zit. Moedig je kleinkind dus aan want hierover praten is vaak moeilijk omdat een kind het als een soort van ‘verraad’ tegenover mama of papa kan zien. Maak duidelijk dat over die gevoelens praten niet betekent dat ze hun ouder niet graag zien.
Elk kind heeft ook bevestiging nodig. Zeker als het in een onvoorspelbare thuissituatie woont. Vergeet dus niet te vertellen hoe graag je je kleinkind ziet, hoe trots je bent, waar hij of zij goed in is. Zo help je een positief zelfbeeld op te bouwen, versterk je het zelfvertrouwen en zo ook de veerkracht.
Zijn de kleinkinderen erg jong, dan kan een kinderboek helpen om met hen over het probleem van mama of papa te praten. Je vindt hier een boekenlijst die daarbij kan helpen.
Opgroeiende kinderen kunnen ook zelf anoniem aan de slag met onze zelfzorgtool GRIP die speciaal bedoeld is voor ‘kinderen van’. Als ze daar een steuntje in de rug bij kunnen gebruiken, kan je ook overwegen om die tool samen met hen te doorlopen.