Sowieso vind ik dat mijn ouders overdrijven. Als ze gewoon eens wat interesse zouden tonen in wat ik doe zouden ze niet zo’n domme dingen zeggen of doen. En trouwens: ik ken genoeg vrienden die net zo veel en vaak gamen als ik.
Toch vraag ik mij soms ook af of ze niet ergens een punt hebben.
Ik spreek minder vaak af met vrienden dan vroeger. Niet omdat ik dat niet leuk vind, maar omdat online gaan gewoon makkelijker is. Met basket ben ik zo goed als gestopt. Ik sla steeds vaker een training over omdat ik anders een game-toernooi zou missen. Het is ook niet dat ik het gevoel heb dat ik móét gamen. Ik wil gewoon niet stoppen. Soms neem ik me wel eens voor om op een bepaald uur af te sluiten, maar dan vraagt iemand nog om een rematch of staan we op het punt een challenge af te ronden. Voor ik het weet, is het weer veel later dan gepland.
Mijn huiswerk lukt nog wel, maar ik merk dat het soms nipt wordt. Volgend jaar zit ik in het zesde middelbaar en ik weet dat de hoeveelheid schoolwerk alleen maar zal toenemen. Ik wil ook echt geen herexamens.
Aan de andere kant wil ik ook niet stoppen. Gamen ontspant me. Ik ben er goed in. Soms voelt het zelfs alsof ik daar meer mezelf kan zijn dan ergens anders en ik eindelijk rust heb in mijn hoofd.
Wanneer wordt gamen eigenlijk een probleem?”


