Het is niet makkelijk om op deze vraag een eenduidig antwoord te geven. Toch beschikken we wel over cijfergegevens uit een bevraging van leerlingen in het secundair onderwijs.

Alcohol

Alcohol is nog steeds het meest gebruikte middel, ook onder Vlaamse jongeren, en velen komen er voor het eerst mee in contact vóór het secundair onderwijs. Het eerste contact met alcohol vindt vaak thuis plaats, bijvoorbeeld op een familiefeestje. Onder jongeren tussen 12 en 14 jaar is het alcoholgebruik de laatste jaren wel sterk gedaald.

Hoe jonger men begint met alcohol, hoe groter het risico op alcoholproblemen op latere leeftijd.

Het is dan ook goed dat de alcoholwetgeving erop is gericht om de beginleeftijd uit te stellen. De wet stelt dat het verboden is om aan jongeren onder de 16 alcoholische dranken te verkopen of te schenken. Voor sterkedranken is de grens nog strikter: het is verboden om die te verkopen, te schenken of zelfs gratis aan te bieden aan minderjarigen (-18).

Terwijl iets meer dan een derde (36,2%) van de 12 tot 14-jarigen ooit alcohol heeft gedronken, stijgt dit bij de 15 tot 16-jarigen tot drie kwart (75%) (VAD, 2016). 39% van de leerlingen jonger dan 18 heeft bovendien al sterkedrank gedronken. Bovendien zien we een stijgende trend onder sommige oudere leerlingen in excessief alcohol drinken. We hebben daarom niet alleen een strikte opvolging van de alcoholwetgeving nodig, maar ook een publiek debat over de manier waarop onze samenleving (en de media!) met alcohol omgaat.

Tabak

De meeste rokers raken verslaafd vóór ze volwassen zijn. Uitstellen van de eerste sigaret verlaagt het risico op verslaving. De tabakswetgeving tracht het eerste gebruik uit te stellen door de verkoop van tabaksproducten aan jongeren onder de zestien jaar te verbieden.

Uit diverse onderzoeken blijkt wel dat het roken ook onder jongeren de laatste jaren is gedaald, vooral bij de jongste leerlingen. Maar toch hebben nog altijd 1 op de 4 leerlingen al eens gerookt en was 69% de eerste keer jonger dan zestien; 22% was zelfs jonger dan 14.

Psychoactieve medicatie

Ons land heeft een trieste reputatie op het gebied van medicatiegebruik. Dat het medicatiegebruik hier hoog is, wordt weerspiegeld in de cijfers over jongeren en medicatie.

13,7% van de leerlingen heeft ooit al een slaap- of kalmeringsmiddel genomen, 8% heeft ooit ADHD-medicatie genomen en 3,7% opwekmiddelen. Voor slaap- en kalmeringsmiddelen geldt voor de meesten dat dit gebruik langer dan een jaar geleden is en dat recenter gebruik vooral op occasionele basis gebeurt. Wat betreft ADHD-medicatie gaat het door de specifieke aard van het middel meestal om dagelijks gebruik. Meer jongens dan meisjes gebruiken ADHD-medicatie, bij meisjes komt gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen meer voor. Psychoactieve medicatie mag uiteraard enkel op doktersvoorschrift worden genomen.

Illegale drugs: vooral cannabis

Wat betreft het gebruik van illegale drugs door leerlingen in het secundair onderwijs gaat het in hoofdzaak om cannabis. 14,6% van de leerlingen heeft ooit al cannabis gebruikt. Een deel van hen is er weer mee gestopt. Het percentage gebruikers het voorbije jaar komt op ongeveer 11%. Slechts een klein deel van hen gebruikt regelmatig cannabis.

De gemiddelde beginleeftijd voor cannabisgebruik bij Vlaamse leerlingen is 15,6 jaar. De piekmomenten voor een eerste joint zijn 15 en 16 jaar (tezamen 63,5% van de ooitgebruikers), al hebben ook één op de zeven leerlingen (15,0%) voor hun 15e al cannabis gebruikt. Uit het Europese ESPAD-onderzoek blijkt dat jongeren later beginnen met cannabis dan enkele jaren geleden.

Cannabis neemt een aparte plaats in bij jongeren. Uit de gegevens van de leerlingenbevraging blijkt dat cannabis - ondanks zijn illegale status - tot hun leefwereld behoort: ook veel niet-gebruikers weten hoe ze eraan kunnen geraken en hebben één of meer vrienden die wel cannabis gebruiken. Toch betekent dit niet dat jongeren gebruik zomaar vanzelfsprekend vinden of erachter staan: de meerderheid keurt het af en gaat ervan uit dat hun beste vrienden dat ook doen, zelfs gebruikers. De weerstand tegenover gebruik is nog groter dan tegenover experimenteren.

Het gebruik van andere illegale drugs dan cannabis komt onder leerlingen in het secundair onderwijs weinig voor. 3,5% gebruikte het ooit waarvan 2,2% dit deed in het jaar voorafgaand aan de bevraging. Bij de oudste leerlingen gebruikte 1% in de maand voor de bevraging een andere illegale drug dan cannabis. Xtc is de meest frequent voorkomende drug: 4% van alle 17-18-jarigen (oudste leerlingen) heeft ooit xtc gebruikt.

Andere illegale drugs dan cannabis komen enkel voor bij een kleine groep onder de twee oudste leeftijdscategorieën: 4,1% van de 15-16-jarigen en 7,9% van de 17-18-jarigen hebben ooit andere illegale drugs gebruikt.

Hoewel het om kleine groepen leerlingen gaat, tonen de resultaten wel dat iets meer jongens (4,0%) dan meisjes (3,1%) ooit een andere illegale drug hebben gebruikt. Het verschil wordt iets duidelijker bij de oudste leeftijdsgroep: 9,5% van de 17-18-jarige jongens en 6,1% van de meisjes uit die leeftijdsgroep gebruikten ooit een andere illegale drug.
BSO telt in verhouding tot de andere onderwijsvormen een hoger aantal leerlingen dat ooit een andere drug gebruikte, met name 9,2%. In het TSO ligt dat aandeel op 5,6% en in het ASO op 2,1%.

Iemand steunen bij het stoppen met drank, drugs, pillen en gokken

Wil je iemand uit je omgeving - zoon, dochter, ouder, partner, broer, zus, vriend(in),…- helpen bij het stoppen met drank- of druggebruik? Deze folder biedt basisadvies en houvast.