Praat over wat je voelt en ziet. Probeer je kind te begrijpen.

Geef jezelf niet de schuld

Dat je kind achter je rug alcohol drinkt of met drugs experimenteert, betekent niet dat je hebt gefaald in de opvoeding of dat je een slechte ouder bent. Er spelen allerlei factoren mee als jongeren met alcohol of drugs experimenteren of over de schreef gaan. De eerste keren dat ze het proberen, is dat niet zozeer omwille van problemen. Ze doen het voor het experiment, de kick, het genot, de vriendenkring. Om positieve redenen dus. Niet omdat ze niet goed in hun vel zitten, en ook niet omdat hen iets tegensteekt thuis of op school.

Jongeren kunnen nog niet zo goed hun gedrag remmen als volwassenen omdat hun hersenen hier nog niet klaar voor zijn. Het is daarom moeilijker om impulsieve neigingen te onderdrukken (vb. meedoen met babbelaars tijdens de les of mee drinken op een feestje). De meeste jongeren stoppen na een vrij korte periode of gebruiken slechts af en toe. Jongeren die in de knoei zitten, maken wel een veel grotere kans om te blijven gebruiken. Zij ontdekken gaandeweg dat alcohol of drugs hen afleiding bieden van kopzorgen en (grote) problemen.

Lees meer: klopt het dat jongeren steeds vroeger drugs gaan gebruiken?

Praat

Praat over wat je voelt en ziet. Zeg hoe bezorgd je bent. Praat over je vermoedens en zeg heel concreet welke veranderingen je ziet bij je kind. Daarover valt minder te discussiëren. Bijvoorbeeld: "Ik merk dat je 's morgens niet uit je bed kan en dat je schoolresultaten achteruitgaan."

Vermijd daarbij welles-nietesspelletjes. Het gaat erom:

  • wat de alcohol of drug met je kind doet
  • wat de alcohol of drug voor hem of haar betekent
  • welke impact de alcohol of drug heeft op zijn/haar leven en op jullie gezin

Praat dus niet alleen over het alcohol- of druggebruik en over stoppen of blijven gebruiken, maar ook over de voor- en nadelen die je kind ervaart.

Iemand zal zelden zomaar toegeven dat hij teveel alcohol drinkt of drugs gebruikt. Toon je bezorgdheid en zet de deur op een kier door te zeggen dat je altijd klaarstaat om erover te praten. Het is belangrijk dat je kind weet dat hij of zij bij jou terecht kan. Als je kind nu niet wil praten, lukt het later misschien wel. Laat ook in dat geval wel merken dat je je zorgen maakt en dat je erover wil praten. Maak ook duidelijk wat voor jou als ouder kan en niet kan.

Laat alcohol of drugs niet jullie enige gespreksonderwerp zijn. Toon interesse voor wat je zoon of dochter doet en maak tijd om over andere dingen te praten.

Probeer te begrijpen

Probeer zicht te krijgen op de redenen voor het alcohol- of druggebruik. Waarom is je kind ermee begonnen? Hoe is hij of zij ermee begonnen? Waarom heeft hij of zij beslist om toch alcohol te drinken terwijl je had afgesproken dat dat niet mocht? Hoe komt het dat hij of zij soms mee een joint rookt met vrienden? Wat vindt hij of zij er nu zelf van? Welke voordelen ervaart je kind? Doet hij of zij het voor de gezelligheid en het plezier? Of is het een manier om andere problemen te verdringen?

Vel geen oordeel

Beschuldig of veroordeel je kind niet. Verwijten roepen alleen maar weerstand op. 'Preken' of 'zagen' wordt door jongeren als heel vervelend ervaren en de boodschap komt niet over. Doe ook niet negatief over vrienden, dat wordt door kinderen ervaren als negatief over henzelf. Wees eerlijk over je gevoelens en verwoord wat het gebruik van je kind met je doet.

Je kind straffen?

Leg gevolgen vast van het overtreden van deze grenzen. Het is nuttig om je kind daarbij inspraak te geven. Zorg dat je kind weet welke straf er volgt als hij/zij de grens overtreedt en blijft experimenteren. Wees duidelijk en stel dat het gedrag niet zonder gevolg kan zijn.

Zolang jongeren geen nadelen ondervinden, zijn ze niet geneigd om hun alcohol- of druggebruik in vraag te stellen. Als jij grenzen oplegt, ervaren ze wel een negatief gevolg van het gebruik. Bijvoorbeeld: als je kind gemaakte afspraken niet navolgt, mag het het volgende weekend niet uitgaan.

Weet wel dat straffen enkel dienen om de schuld over een begane fout in te lossen. Let dus op met te snelle, strenge straffen en praat over het waarom van de straf. Een straf is soms nodig, maar het is niet je belangrijkste wapen. Het belangrijkste blijft om je kind op een positieve manier te ondersteunen (complimentjes, interesse…).

Misschien vind je het moeilijk om streng op te treden. Uit vrees het allemaal nog erger te maken. Of uit schrik alle controle over de situatie te verliezen en je kind nog verder weg te duwen. Dat is begrijpelijk. Maar kan je het pikken dat je nachtrust niet meer wordt gerespecteerd, dat je kind huishoudelijke taken aan zijn laars lapt, dat het niet meer samen wil eten?

Door duidelijk te maken wat kan en niet kan, help je je kind en eis je tegelijk respect voor jezelf en de rest van het gezin. Pieker dus niet te veel over hoe je kind zal reageren op grenzen, regels en afspraken. Opvoeden en opgroeien lukt zelden zonder botsen.

Het blijft belangrijk om te praten met je kind. Lees hier enkele tips.