Voor hulpverleners: demo van de zelfhulpprogramma's cannabis en cocaïne
In deze demo worden de drie onderdelen van de zelfhulpprogramma's toegelicht, meerbepaald de aanmeldingsfase, de opdrachten en het bekijken van de resultaten.
U kan deze zelfhulpprogramma's aanbevelen aan volwassen cliënten met een cannabis- of cocaïneprobleem. Dat de zelfhulpprogramma's volledig anoniem werken, gratis worden aangeboden en gebruikt kunnen worden waar en wanneer de cliënt dat zelf wil, kan hierbij motiverend werken.
Doorverwijzen naar de online zelfhulpmodules kan in het kader
van een éénmalig contact, als pure zelfhulp, maar kan ook deel
uitmaken van de verdere opvolging van uw cliënt. Zo kan u
bijvoorbeeld op de volgende afspraak met de cliënt zijn/haar
ervaringen met de zelfhulp bespreken. U kan de cliënt begeleiden en
ondersteunen in het traject dat hij/zij aan de hand van het
zelfhulpprogramma aflegt. Daarom is onderstaande demo handig om een
inschatting te kunnen maken van de oefeningen en informatie die de
cliënt in de zelfhulp aantreft.
Wanneer u zich als hulpverlener zelf registreert in het programma,
kan u de daar beschikbare informatie ook gebruiken als
inspiratiebron of leidraad voor begeleidende gesprekken of
psycho-educatie.
De zelfhulpmodules kunnen gebruikt worden in diverse settings, zoals in de huisartsenpraktijk, in het OCMW, CAW, in de alcohol- en drughulpverlening, in een ziekenhuis,…
Aanmelding
-
Wanneer een cliënt het zelfhulpprogramma wil starten, moet hij of zij eerst een aanmeldingsfase doorlopen. Die bestaat uit vijf stappen, met als eerste stap de pure registratie (aanmaken van een gebruikersnaam en wachtwoord, dit kan volledig anoniem) en nadien een meer inhoudelijke aanmelding.
De beelden uit deze demo komen uit het zelfhulpprogramma cannabis, maar het programma voor cocaïnegebruikers is identiek qua vormgeving en structuur.
Eerst wordt gevraagd om het gebruik van de laatste week te registreren. Dit gebruik vormt de beginstand van het programma, het startpunt voor het veranderingstraject.

In de volgende stappen worden voor- en nadelen van zowel gebruiken als van stoppen met gebruik opgelijst en moet er gekozen worden of men wil veranderen of niet.
Kiest men om te veranderen, dan is de volgende stap het concreet vastleggen van het einddoel; stoppen of minderen. Wanneer het gaat over minderen moet er ook bepaald worden hoeveel men wil verminderen, op welke dagen er nog gebruikt mag worden en wanneer niet.
In de laatste stap tenslotte wordt aandacht besteed aan het maken van afspraken die moeten helpen om het gebruik onder controle te krijgen. Het gaat hier om zelfcontrolemaatregelen, zoals het vermijden van personen of plaatsen die gelinkt zijn aan gebruik, alternatieven bedenken die de rol van het druggebruik kunnen overnemen, zichzelf belonen wanneer men een stap in de goede richting zet,...
Opdrachten
- Om de cliënt doorheen het traject de leiden, voorziet het
programma (dat vier tot zes weken duurt) aan het begin van elke
week een brief. In deze brief staan
aandachtspunten en de opdrachten waarop de gebruiker zich deze week
best concentreert. Uiteraard staat het mensen vrij om hun traject
anders aan in te vullen.

- Een van de belangrijkste onderdelen van het programma is het
formulier waarmee elke dag
geregistreerd wordt wanneer men de zin voelde om
te gebruiken, wat de precieze omstandigheden waren (gedachten,
gevoelens, plaats, gezelschap) en of en hoeveel er effectief werd
gebruikt. Dit formulier blijft men de ganse duur van het
zelfhulpprogramma invullen. Het invullen zorgt geleidelijk aan voor
een steeds duidelijker beeld van de risicosituaties, situaties die
gepaard gaan met zin in of gebruik van drugs.

- Het bepalen van die persoonlijke
risicosituaties vormt een volgend onderdeel van het
programma. Hierbij kunnen gebruikers zowel selecteren uit een lijst
van veel voorkomende situaties als eigen risicosituaties toevoegen.
Ook de resultaten van het registreren van het gebruik helpen
hierbij. De risicosituaties worden gerangschikt op basis van de
sterkte van de craving die ze uitlokken

- Wanneer er een duidelijker zicht is op de persoonlijke
risicosituaties, is de volgende stap het opstellen van een plan hoe
men met deze situaties kan omgaan en zo de kans op terugval
verkleinen. Dit heet in het programma dan een
Preventieplan.

- Is er toch sprake van een terugval, dan is er nog het
Noodplan, waarin men op voorhand vastlegt hoe best
te reageren in het geval van een terugval.

- De in de aanmeldingsfase bepaalde voor- en nadelen en zelfcontrolemaatregelen liggen uiteraard niet definitief vast. Het is de bedoeling dat de cliënt naarmate hij/zij meer inzichten opdoet, deze verder gaat verfijnen en aanpassen.
- Naast de uit te voeren opdrachten biedt het programma ook
informatie aan de hand van verschillende
leesopdrachten. Deze zijn meestal gekoppeld aan
een bepaalde oefening en bieden meer verduidelijking over
bijvoorbeeld afkickverschijnselen, terugval,
zelfcontrolemaatregelen, hoe een aangeboden joint weigeren,...

- Tot slot kunnen de deelnemers aan het programma hun ervaringen neerschrijven in een dagboek en kunnen ze met lotgenoten in contact treden via een forum.
-
Na deze aanmeldingsfase gaat het eigenlijke programma van start en komt de cliënt in het centrale deel van het programma terecht, met toegang tot de verschillende modules.

Resultaten
-
Het derde luik van het programma, na de aanmelding en de oefeningen, bestaat uit het analyseren van de resultaten van al die opdrachten. Met verschillende tabellen en grafieken kan de cliënt aan de slag gaan om er de informatie uit te halen die hij/zij nodig heeft, bijvoorbeeld om de risicosituaties verder te verfijnen en om de eigen voortgang in het traject op te volgen.



Wanneer het programma (na vier of zes weken) afloopt, blijkt of het doel is gehaald. In een grafiek krijgt de cliënt zowel het gebruik van de afgelopen week als het gebruik van de week voorafgaand aan het programma en het zelf vooropgestelde doel te zien. Naast de informatie of het doel gehaald werd of niet, krijgt men ook enkele aanbevelingen voor de toekomst.